Biologische bestrijding: zo werkt het en wanneer kies je ervoor

Biologische bestrijding betekent dat je schadelijke plaagorganismen aanpakt met behulp van andere levende organismen, zoals sluipwespen, roofmijten of aaltjes, in plaats van met chemische middelen. Dit wordt al tientallen jaren toegepast in de land- en tuinbouw, maar ook steeds vaker in de particuliere tuin. Het principe is eenvoudig: je zet een natuurlijke vijand in die de plaag in toom houdt of elimineert.

Hoe werkt biologische bestrijding in de praktijk?

Bij biologische bestrijding introduceer je een nuttig organisme in het gewas of de tuin dat zich voedt met, parasiteert op of concurreert met de plaag. Er zijn drie hoofdvormen:

  • Parasitoïde insecten: sluipwespen zoals Encarsia formosa leggen hun eitjes in de larven van witte vlieg. De larve sterft als het wespenei uitkomt. De sluipwesp voedt zich dus ten koste van de plaag.
  • Roofinsecten en roofmijten: soorten zoals de roofmijt Phytoseiulus persimilis eten spintmijten actief op. Je zet ze los in het gewas, waarna ze zelf op zoek gaan naar prooi.
  • Micro-organismen: bacteriën, schimmels en aaltjes worden ingezet tegen specifieke plagen. Bacillus thuringiensis (Bt) is een bekende bacterie die rupsen doodt, maar onschadelijk is voor mensen, vogels en bijen.

In kassen wordt biologische plaagbestrijding vaak preventief ingezet: je introduceert de nuttige organismen al vóórdat de plaag een probleem wordt. Dat is effectiever dan wachten tot de populatie te groot is, want biologische middelen werken doorgaans langzamer dan chemische.

Welke plagen kun je biologisch bestrijden?

De lijst van plagen die biologisch bestreden kunnen worden, is de afgelopen decennia flink gegroeid. Onderstaande tabel geeft een overzicht van veelvoorkomende plagen en de bijbehorende biologische bestrijders:

Plaag Biologische bestrijder
Spintmijt Roofmijt Phytoseiulus persimilis
Witte vlieg Sluipwesp Encarsia formosa
Bladluis Gaasvlieg, sluipwesp Aphidius colemani
Trips Roofmijt Amblyseius cucumeris, roofwants Orius
Rups/larven in de grond Aaltjes (Steinernema of Heterorhabditis)
Larven van de taxuskever Aaltjes (Heterorhabditis bacteriophora)
Rupsen op blad Bacillus thuringiensis (Bt)

Voordelen en nadelen eerlijk afgewogen

Biologische bestrijding heeft stevige voordelen. Er is geen of nauwelijks chemisch residue op het gewas, nuttige insecten zoals bijen worden niet geschaad, en plagen bouwen geen resistentie op tegen een levende vijand zoals ze dat wel doen tegen chemische middelen. In de biologische landbouw is het zelfs verplicht om de chemische route zo veel mogelijk te vermijden.

Maar er zijn ook duidelijke nadelen. Biologische middelen werken trager. Een roofmijt heeft tijd nodig om de spintpopulatie omlaag te brengen, terwijl een chemisch middel binnen een dag zichtbaar effect geeft. Bovendien zijn de meeste biologische bestrijders specifiek: ze werken alleen bij de juiste temperatuur en luchtvochtigheid, en soms alleen bij een bepaalde plaagsoort. Koop je het verkeerde middel, dan doe je niets.

Ook de houdbaarheid speelt mee. Levende organismen zijn niet lang houdbaar. Roofmijten en sluipwespen moeten snel na aankoop worden ingezet, bij de juiste omstandigheden bewaard worden (koelkast, niet vrieskoud) en verlopen na enkele dagen tot weken. Dat vraagt meer planning dan een spuitbus uit de kast pakken.

Wanneer is biologische bestrijding minder geschikt?

Bij een zware, al geëxplodeerde plaagpopulatie is biologische bestrijding alleen zelden afdoende. In zo’n geval kiezen telers soms voor een combinatie: eerst de plaag terugbrengen met een selectief, voor nuttige insecten relatief veilig middel, en daarna de biologische bestrijders inzetten. Dat heet geïntegreerde gewasbescherming (IPM, Integrated Pest Management).

Ook in een open tuin met veel wind, regen en wegvliegende insecten werkt biologische bestrijding minder goed dan in een kas. Aaltjes in de grond zijn hierop een uitzondering: die worden gewoon met water ingespoeld en blijven op de juiste plek zitten.

Biologische bestrijding in de particuliere tuin

Voor thuisgebruikers zijn veel biologische bestrijders in kleine verpakkingen te koop bij tuincentra of online. Aaltjes tegen taxuskeverlarven of slakken, roofmijten tegen spint op tomatenplanten of sierplanten, en Bt-spray tegen rupsen zijn allemaal toegankelijk voor de hobbytuinier. Let wel op het tijdstip van toepassen: aaltjes werken het beste bij een grondtemperatuur van minimaal 12 graden Celsius, wat in Nederland neerkomt op ruwweg april tot oktober.

Veelgestelde vragen over biologische bestrijding

Is biologische bestrijding even effectief als chemische bestrijding?
Niet altijd even snel, maar op de lange termijn vergelijkbaar of zelfs beter, zeker als je preventief werkt. In kassen met een stabiel klimaat wordt met biologische bestrijding tegenwoordig net zo goed resultaat behaald als vroeger met chemie.

Zijn biologische bestrijders schadelijk voor mensen of huisdieren?
Nee. De meeste soorten zijn volledig veilig voor mensen, zoogdieren en vogels. Bt is de enige die enige voorzichtigheid vraagt bij mensen met een ernstig verzwakt immuunsysteem, maar voor de gemiddelde gebruiker geldt dit niet als risico.

Waar koop ik biologische bestrijders?
Bij gespecialiseerde tuincentra, webshops die levende bestrijders aanbieden, en via professionele leveranciers zoals Koppert Biological Systems. Let altijd op de uiterste gebruiksdatum en de bewaarcondities die op de verpakking staan.

Biologische bestrijding is geen wonderoplossing, maar bij het juiste gebruik en op het juiste moment is het een betrouwbare, milieuvriendelijke manier om plagen onder controle te houden. Het vraagt wat meer kennis en planning dan een chemisch middel, maar dat investeer je snel terug in een gezonder gewas en een betere bodemgezondheid op de lange termijn.

Over de auteur