Leliehaantje biologisch bestrijden: zo doe je het stap voor stap

Het leliehaantje biologisch bestrijden doe je het effectiefst door de kevers en larven met de hand te verwijderen, aangevuld met het inzetten van natuurlijke vijanden zoals roofwantsen of het gebruik van nematoden en knoflookextract. Chemische middelen zijn vaak niet nodig als je vroeg genoeg begint en de plaag regelmatig aanpakt.

Wat is het leliehaantje en waarom is het schadelijk?

Het leliehaantje (Lilioceris lilii) is een felrode kever van ongeveer 6 tot 8 millimeter lang. Zowel de kever zelf als zijn larven vreten de bladeren, bloemen en knoppen van lelies en andere planten uit de leliefamilie, zoals keizerskroon en salomonszegel. Bij een zware aantasting kunnen planten volledig kaal worden gegeten, wat hen ernstig verzwakt en in het slechtste geval doodt.

De kever overwintert in de grond of onder bladafval en verschijnt al vroeg in het voorjaar, soms al in maart of april. Het vrouwtje legt oranje-rode eitjes in rijtjes op de onderkant van de bladeren. Na het uitkomen bedekken de larven zichzelf met hun eigen uitwerpselen als bescherming, wat ze moeilijk te herkennen maakt.

Leliehaantje biologisch bestrijden: de meest effectieve methoden

De krachtigste biologische aanpak is simpelweg handmatig verwijderen. Loop elke twee à drie dagen langs je lelies en pluk de kevers, larven en eihoopjes met de hand. Houd een bakje water met een druppel afwasmiddel bij de hand en gooi de kevers daarin. Let op: kevers laten zich snel vallen als ze voetgangers naderen, dus houd je hand onder de kever voor je hem pakt. Begin hier vroeg mee, zodra de eerste kevers verschijnen.

Eihoopjes zitten op de onderkant van bladeren en zijn makkelijk te herkennen door hun oranje kleur. Verwijder ze zo snel mogelijk, want een vrouwtje kan tientallen eitjes per dag leggen. Hoe consequenter je dit doet in de eerste weken, hoe minder larven je later hoeft te bestrijden.

Een tweede biologische methode is het gebruik van aaltjes (nematoden), specifiek de soort Steinernema carpocapsae of verwante soorten die larven in de grond aanvallen. Deze worden aangebracht op vochtige grond rond de planten en zijn verkrijgbaar bij gespecialiseerde tuinwinkels. Ze zijn veilig voor mensen, dieren en andere insecten.

Knoflookspray werkt ook als afweermiddel. Prak een paar teentjes knoflook fijn, week ze een nacht in water en verdun dit mengsel voor gebruik. Spuit het op de bladeren, inclusief de onderkant. Het houdt kevers op afstand, al moet je na elke regenbui opnieuw sproeien.

Natuurlijke vijanden inzetten

In Nederland heeft het leliehaantje weinig natuurlijke vijanden, wat mede verklaart waarom de plaag zo hardnekkig is. Vogels eten de kevers zelden, waarschijnlijk vanwege de bittere smaak. Roofwantsen (Orius-soorten) en lieveheersbeestjes vreten wel de eitjes en jonge larven, maar in te kleine aantallen om een plaag alleen daarmee te bedwingen.

Wat je wél kunt doen: zorg voor een tuinvriendelijk klimaat door variatie in beplanting en schuilplaatsen voor nuttige insecten, zoals een insectenhotel of een hoop takken. Dat trekt meer predatoren aan en helpt op de lange termijn het evenwicht te herstellen.

Preventie: minder haantjes volgend jaar

Na het groeiseizoen verwijder je dood blad en plantresten grondig, want de kever overwintert graag in afval op de grond. Woel de grond rond je lelies licht om in het najaar: daarmee komen overwinternde poppen aan de oppervlakte en worden ze een makkelijke prooi voor vogels.

Plant lelies niet elk jaar op dezelfde plek. Wisselen van locatie maakt het voor overwinternde kevers moeilijker om hun gastheerplant snel terug te vinden. Dit is geen volledige oplossing, maar het vertraagt een nieuwe aantasting aan het begin van het seizoen.

  • Controleer je lelies vanaf maart elke paar dagen.
  • Verwijder eitjes, larven en kevers met de hand.
  • Gebruik knoflookspray als extra afweermiddel.
  • Zet nematoden in bij hardnekkige aantasting in de grond.
  • Ruim plantresten op na het seizoen.
  • Wissel de plantlocatie jaarlijks af.

Biologisch bestrijden van het leliehaantje kost wat aandacht en regelmaat, maar is goed te doen zonder chemische middelen. De sleutel is vroeg beginnen: wie in april al actief is, houdt de schade voor het hele seizoen beperkt.

Over de auteur