Gele vlinder: welke soorten zie je in Nederland en België?

Een gele vlinder in je tuin of langs de bosrand is bijna altijd een citroenvlinder of een gele luzernevlinder. Dit zijn de twee bekendste gele vlindersoorten die je in Nederland en België tegenkomt. Ze lijken op elkaar, maar hebben elk hun eigen levensstijl, vliegtijd en leefgebied. In dit artikel lees je alles wat je wilt weten over deze opvallende vlinders.

De citroenvlinder: vroeg en helder geel

De citroenvlinder is een van de meest opvallende vlinders in onze streken. De mannetjes hebben helder gele vleugels, bijna citroengeel. De vrouwtjes zijn bleker van kleur, met een groenachtig witte tint. Daardoor worden vrouwtjes soms niet herkend als citroenvlinder.

Wat deze vlinder bijzonder maakt, is zijn vroege verschijning. De citroenvlinder is een van de eerste vlinders die je in het voorjaar ziet. Hij overwintert als volwassen vlinder en wordt al actief zodra de temperatuur wat oploopt, soms zelfs al in februari of maart. In bossen, tuinen en langs bosranden kun je hem dan tegenkomen.

De citroenvlinder zoekt zijn waardplanten op voor de eiafzet. Dat zijn vooral vuilboom en wegedoorn. De rupsen leven op de bladeren van deze struiken. De vlinder zelf drinkt nectar van allerlei bloemen. Als je hem wilt aantrekken in je tuin, plant je het best soorten die nectar bieden, zoals vlinderstruik of wildemanskruid.

De gele luzernevlinder: een reiziger uit het zuiden

De gele luzernevlinder is een trekvlinder. Elk voorjaar vliegt hij vanuit Midden-Europa naar het noorden. De eerste exemplaren arriveren in mei en juni in Nederland. Het zijn dus geen vlinders die hier overwinteren, maar echte reizigers die de vlucht naar het noorden maken zodra de omstandigheden dat toelaten.

De gele luzernevlinder lijkt op de citroenvlinder, maar is iets anders van kleur. Hij heeft een warmere, diepere gele tint en een kenmerkende oranje vlek op elke vleugel. De randen van de vleugels zijn donkerder afgezet. Met een beetje oefening leer je de twee soorten goed van elkaar te onderscheiden.

De naam verwijst naar luzerne, een klaversoort die als voedergewas wordt geteeld. De rupsen van deze vlinder leven op vlinderbloemige planten, waaronder luzerne en klaver. Je ziet de gele luzernevlinder dan ook vaak op en rond akkers, bloemrijke wegbermen en open graslanden.

Hoe herken je een gele vlinder?

Zie je een gele vlinder en weet je niet welke het is? Let op de volgende kenmerken:

Bij de citroenvlinder zijn de vleugels egaal geel (mannetje) of geelgroen tot witachtig (vrouwtje). De vleugelvorm is kenmerkend puntig, bijna als een blad. Dat helpt hem zich te camoufleren tussen bladeren als hij zit te rusten.

Bij de gele luzernevlinder zie je een dieper geel met een duidelijke oranje vlek in het midden van elke vleugel. De vleugels zijn aan de rand iets donkerder. Deze vlinder zit minder snel stil en is vaak in beweging boven bloemenrijke plekken.

Een andere gele vlinder die je soms tegenkomt, is de koninginnenpage. Die heeft gele en zwarte banden op zijn vleugels en is daarmee makkelijk te herkennen. De koninginnenpage is de grootste dagvlinder van Nederland en profiteert van warmere zomers om zijn verspreidingsgebied naar het noorden uit te breiden.

Waar en wanneer zie je gele vlinders?

De citroenvlinder vlieg je al vroeg in het jaar tegen, soms al in de late winter. Hij houdt van bosranden, tuinen en plekken waar zijn waardplanten groeien. In de zomer trekt hij zich terug en gaat hij in rust. In het najaar zie je hem nog een keer actief voordat hij de winter in gaat als volwassen dier.

De gele luzernevlinder verschijnt later, vanaf mei en juni. Hij is te zien op zonnige, bloemrijke plekken zoals bermen, akkerranden en open graslanden. Als trekvlinder is hij minder talrijk en niet elk jaar even goed zichtbaar in ons land.

Wil je de kans vergroten een gele vlinder te zien? Zoek dan op warme, zonnige dagen bloemrijke plekken op. Vlinders zijn koudbloedige dieren en worden pas actief bij voldoende warmte. Een bloemenrijke tuin of een onbeheerde berm is een goede plek om rustig te wachten.

Gele vlinders aantrekken in je tuin

Je kunt je tuin aantrekkelijker maken voor gele vlinders. Plant vuilboom of wegedoorn als je de citroenvlinder wilt laten broeden. Voor nectar zijn inheemse bloemen het best, zoals knoopkruid, margriet, wilde peen en tijm. Vermijd pesticiden, want die zijn schadelijk voor vlinders en hun rupsen.

Laat ook een stukje van je tuin wat wilder. Een hoekje met brandnetels, klaver of andere wilde planten trekt meerdere vlindersoorten aan. Gele vlinders profiteren van die variatie, net als veel andere insecten.

Veelgestelde vragen

Welke gele vlinder zie je het vroegst in het jaar?
De citroenvlinder is de vroegste gele vlinder in Nederland en België. Hij overwintert als volwassen vlinder en kan al actief zijn in februari of maart, zodra het wat warmer wordt. Daarmee is hij een van de allereerste vlinders die je elk jaar ziet.

Wat is het verschil tussen een citroenvlinder en een gele luzernevlinder?
De citroenvlinder is egaal geel met een puntige vleugelvorm en een karakteristiek bladvormig uiterlijk. De gele luzernevlinder heeft een dieper gele kleur met een opvallende oranje vlek op elke vleugel en donkerdere vleugelranden. De gele luzernevlinder is ook een trekvlinder die pas in mei of juni vanuit Midden-Europa aankomt.

Is het vrouwtje van de citroenvlinder ook geel?
Nee, het vrouwtje van de citroenvlinder is niet helder geel. Haar vleugels zijn bleekgroen tot witachtig van kleur. Daardoor wordt ze soms aangezien voor een ander soort vlinder. Alleen het mannetje heeft de kenmerkende, heldere citroengele kleur.

Wat eet de rups van de gele luzernevlinder?
De rupsen van de gele luzernevlinder leven op vlinderbloemige planten, zoals luzerne en klaver. Dat is ook de reden waarom je deze vlinder vaak ziet op en rond akkers en bloemrijke bermen waar dit soort planten groeien.

Over de auteur